Archief

donderdag 21 april 2011

Meer investeren in de jeugd.


Jeugdschepen Arne Deblauwe weerlegt de kritiek van Jong Groen! dat er te weinig geld gaat naar de jeugd. Wel, als twee honden vechten om een been, loopt een derde er mee heen. De kritiek vanuit LDD Oostende komt dan ook uit een andere hoek, want voor ons is het probleem fundamenteler dan een loutere geldkwestie. Investeren in de jeugd is immers, hoewel ook belangrijk, veel meer dan het rondgaan met de subsidiepot.

Jongeren hebben nood aan de vrijheid om hun eigen ding te kunnen doen, niet aan de bemoeizucht van een overheid. Het stadsbestuur moet zich beperken tot het creëren van de randvoorwaarden door vruchtbare grond aan te bieden waarbinnen de ideeën van jongeren optimaal kunnen gedijen. Dat is wat anders dan een serre bouwen waar de overheid alles regelt en zorgvuldig in de hand houdt.

Welke visie heeft jeugdschepen Arne Deblauwe (en bij uitbreiding: het voltallige stadsbestuur) op de jeugd in Oostende? Jeugdbeleid hangt samen met thema's als onderwijs, arbeid, mobiliteit, veiligheid, cultuur, sport, verenigingsleven... Het aspect jeugdwerk waar (volgens de heer Deblauwe) zo zwaar in geïnvesteerd wordt, is dus maar een zeer beperkt onderdeel binnen een veel ruimer beleidsdomein. Jeugdbeleid vraagt een integrale visie, voortdurend overleg tussen de verschillende actoren, structurele inspraak van de jongeren en creativiteit om 'out of the box' te durven denken. In het huidige beleid is daar bitter weinig tot niets van te merken.


Schepen Deblauwe heeft zich de truc van de meerderheid al snel eigen gemaakt om met nietszeggend cijfermateriaal zand in de ogen van de burgers te strooien. Maar ook in zijn geval is het niet meer dan een rookgordijn om zich te verschuilen voor lastige vragen. Welke mogelijkheden hebben jongeren om zélf iets te ondernemen, zoals een fuifloket of een aangepaste fuifzaal? Waar blijft het Jongerenontmoetingscentrum waar Trendwolves (bevraging in het kader van het Jeugdwerkbeleidsplan) op aanstuurt? Hoe kunnen we opnieuw studenten en hoger opgeleide jongeren aantrekken naar onze stad? Op welke manier kunnen we de jongerencultuur blijvend laten gedijen en een plaats geven in Oostende, in plaats van lijdzaam toe te zien hoe ze eruit wegtrekt als ze eenmaal succes begint te hebben? Hoe kunnen we streven naar échte inspraak in en betrokkenheid bij het beleid (zoals door het maximaal inzetten van sociale media), in plaats van onszelf wijs te maken dat de Jeugdraad optimaal in deze behoefte voorziet? Hoe kunnen we ons uitgaansleven opnieuw gezond en leefbaar maken? Op welke manier kunnen we ontmoetingsplaatsen voor jongeren integreren in de stad, zonder hen naar de rand ervan te verwijzen of de nodige overlast te veroorzaken? En, last but not least, wat met de massale instroom van vreemde jongeren die er een totaal ander normen- en waardenstel op nahouden dan de Oostendse jeugd?

Als meneer Deblauwe beweert niets opmerkelijks gezien en gehoord te hebben tijdens zijn rondgang van de jeugdverenigingen, zal hij toch eens zijn ogen moeten laten nakijken en zijn oren laten uitspuiten. De infrastructuur van onze jeugdverenigingen is ondermaats. Waar dienstencentra voor senioren als paddestoelen uit de grond rijzen, moeten zij het maar beredderen in gebrekkige lokalen waar - na lang klagen in de jeugdraad - af en toe wat lap- en plakwerk wordt uitgevoerd. Hier trots op zijn doet het ergste vermoeden voor de verdere duur van deze legislatuur

Werkgroep Jeugd
Joeri Osaer
Georges Vanhaeren

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen