Archief

woensdag 8 februari 2012

Spoorvakbonden verdienen geen dotaties als ze de sociale vrede niet garanderen




In de afgelopen jaren hebben de vakbonden van de NMBS jaarlijks een dotatie van ongeveer 5,5 miljoen euro gekregen voor hun werking en het bewaren van de sociale vrede. Dat heeft minister Magnette (PS) vandaag geantwoord op een parlementaire vraag van Jean-Marie Dedecker (LDD). Ondanks de talloze overtredingen van de afspraken heeft de NMBS die milde giften nooit in vraag gesteld. Daarom wil LDD de dotatie van de vakbonden afhankelijk maken van het voorkòmen van stakingen, spontane werkonderbrekingen of andere vormen van pesterijen waar de reizigers het slachtoffer van zijn.

Jean-Marie Dedecker, voorzitter LDD: “Minister van Overheidsbedrijven Magnette is zelfs niet te beroerd om toe te geven dat de dotaties aan de vakbonden door de NMBS nog nooit zijn gecontroleerd. In 2009 kregen ACOD Spoor, ACV Transcom VSOA en OVS samen 5.347.210 euro. In 2010 bedroeg dat samen 5.564.885 euro, waarvan telkens meer dan 3 miljoen voor de socialistische vakbond ACOD. In 2011 lag het bedrag in het verlengde maar dat is nog niet juist berekend. Maar het maakt niet uit: de vakbonden krijgen toch hun centen, of ze de treinen laten rijden of niet”.

Vakbonden niet boven de wet

LDD klaagt al langer de onverantwoordelijkheid van vakbonden aan, die zonder rechtspersoonlijkheid niet financieel aansprakelijk kunnen worden gesteld voor flagrante overtredingen van het collectieve arbeidrecht. De regering kan bij de NMBS een voorbeeld stellen.

Jean-Marie Dedecker: “De regering beweert dat ze onderzoekt hoe ze ‘haar’ NMBS de sociale akkoorden kan doen naleven. Dat ze dan begint met de rijke dotaties aan de bonden af te laten hangen van het aantal wilde stakingsdagen, bijvoorbeeld met een ‘korting’ van 20 % op de jaardotatie per stakingsdag. Dat miljoen euro is nog maar een fractie van de werkelijke schade die arrogante spoorbonden daarmee aanrichten. Dan zal het land niet meer worden lamgelegd als er een spoordienst 200 meter verderop moet verhuizen.”

vrijdag 3 februari 2012

De zonneslag van Bekaert.




Het socialistisch subsidiebeleid, gedwee gesteund door liberalen van de Open VLD en later door sociaaldemocraten van de CD&v, heeft de afgelopen jaren een artificiële economie gecreëerd  rond duurzame energie. Sinds begin deze eeuw treedt de overheid marktverstorend op met subsidies aan de basis en subsidies aan bedrijven. Daarbovenop was er de strategie waarbij investeringsvehikels van overheid gretig investeerden in duurzame energie, welke de subsidiebubbel verder onnatuurlijk voedde. Een onnatuurlijke economische groei binnen een subsidiebubbel werkt innovatie tegen. Waarom zouden bedrijven immers innoveren wanneer de overheid een kader voorziet waarbij het basisproduct onnatuurlijk sterk verkoopt en blijft verkopen. Daarom moest de overheid in hun drang de economie te controleren naast groenestroomcertificaten  ook innovatiepremies  voor bedrijven voorzien. Maar subsidies zijn zoals een heroineshot, je voelt je een tijdje supergoed, maar als de roes is uitgewerkt, ben je er nog slechter aan toe dan voorheen.

Bekaert menselijk subsidiedrama.

Want we nu zien bij Bekaert zijn menselijke drama’s die het rechtstreekse gevolg zijn van de marktontregelende werking van de overheid. Een natuurlijke economische groei met dito natuurlijke evolutie van producten en tewerkstelling is op lange termijn het beste voor Vlaanderen. Het zou in elk geval dergelijk scenario van een burn-out door doping voorkomen hebben.
Elke economie of een onderdeel ervan die door subsidiebeleid gevoederd wordt, leeft in een coma. De coma van de pseudostaatsinstelling! Niets is gratis en ook voor subsidies betaal je een prijs en deze heet vrijheid.

Vlaktaks.

Creëer via de vlaktaks een financieel kader voor bedrijven waar subsidies en aftrekposten overbodig zijn! Dan hebben we meteen geen staatssecretaris voor fraudebestrijding meer nodig. (een besparing van een volledig kabinet) Want één taksniveau voor bedrijven en geen aftrekposten betekent automatisch geen fraudekansen. Als socialisten beweren dat de bedrijven geen belastingen betalen door geniale constructies via aftrekposten, dan zouden  alle bedrijven belastingen betalen binnen ons systeem van een Vlaktaks.
Helaas is het vechten tegen de bierkaai en roepen in de woestijn. De socialisten van de Sp.a en PS willen enkel een economie onder curatele van de overheid. Zij willen een economie die via subsidies en fiscaliteit afhankelijk is van de overheid . Socialisten willen een economie in Vlaanderen die slaafs de directieven van de wetstraat volgt ipv deze van een natuurlijke ontwikkeling binnen de globale economie.

LDD staat voor een werkelijk VRIJ ondernemerschap.

Vrij ondernemerschap is pas vrij wanneer zij niet gebonden is aan subsidies of aan een marktregulerende fiscaliteit.

Jean Marie Dedecker

donderdag 2 februari 2012

Federale Dexiacommissie moet onderzoekscommissie worden of doet beter de boeken dicht



In de bijzondere Kamercommissie ‘die er mee is belast de omstandigheden te onderzoeken die hebben geleid tot de ontmanteling van de NV Dexia’ is vanmiddag beslist om geen parlementsleden toegang te geven tot de databank van de toezichthouders NBB en FSMA.
Voor LDD is dit een motie van wantrouwen tegen de meest ijverige leden van de parlementaire commissie die zo nooit de onderste steen over de desastreuze afgang van Dexia kunnen bovenhalen.

Jean-Marie Dedecker, voorzitter LDD en lid van de speciale commissie: “De commissieleden kunnen ofwel beslissen om deze speciale commissie om te vormen tot een volwaardige onderzoekscommissie, ofwel meteen de boeken dichtdoen. Op deze manier verder werken heeft helemaal geen zin. Het zat al fout van in het begin, toen de nieuwe meerderheid weigerde om een parlementaire onderzoekscommissie op te richten. In de loop van de maanden is gebleken dat er zoveel mogelijk wordt vergaderd achter gesloten deuren, dat er geen confrontaties mogelijk zijn, dat een aantal belangrijke getuigen zoals gewezen premier Leterme en Europees Commissaris Croes niet worden gehoord. Als klap op de vuurpijl weigeren de Nationale Bank en de tweede toezichthouder FSMA hun documenten over Dexia ter beschikking te stellen van de parlementsleden, en mogen alleen de 2 aangewezen experts ze inzien. Zogezegd wegens mogelijke schending van het beroepsgeheim.”

Bevolking wil klaar zien

Voor LDD is het duidelijk een manoeuvre van de traditionele partijen, die in de zaak Dexia alle boter op het hoofd hebben, om de toezichthouders af te schermen en het vinden van de waarheid nog moeilijker te maken.

Jean-Marie Dedecker: “In het financiële wereldje van ‘ons kent ons’ zijn parlementsleden met gewoon gezond verstand blijkbaar niet welkom. Er zijn al ontelbare filters ingebouwd om de fouten en de mogelijke malversaties in het Dexiadossier te verhullen. Het heeft geen zin om verder te werken in dit stramien. Als het Parlement alleen op zoek is naar een schaamlapje om de financiële Dexiaramp bij de bevolking goed te praten, hoeft het niet meer voor mij. Die bevolking zal daar trouwens niet in lopen. Dan blijft alleen de schande over, voor het parlement, en voor de politiek in het algemeen."

vrijdag 27 januari 2012

Onverantwoord vakbondsgedrag vergt tegenmaatregelen



LDD vindt de algemene staking van maandag 30 januari onverantwoord. De vakbonden geven weinig blijk van verantwoordelijkheidzin door zelfs de schuchtere en weinig structurele hervormingen van de regering Di Rupo aan te vechten. De vakbonden spelen met vuur in deze tijden van recessie. Deze staking is immers een aanslag op de concurrentiekracht van onze ondernemingen, die onze welvaartsstaat financieren. Deze onverantwoorde houding lijkt meer ingegeven door kortzichtig eigenbelang dan door het algemeen belang of dat van de volgende generaties. Het dwingt ons tot tegenmaatregelen zoals de vrijwaring van het recht op werken én een minimale dienstverlening.

De regering Di Rupo meent de begroting op orde te krijgen en de crisis te bezweren door enkele sociale en fiscale maatregelen door te voeren.

Jean-Marie Dedecker, voorzitter LDD:  “Voor Europa was de recente federale begroting een randgeval. Uit alle signalen blijkt immers dat onze economie zich op een keerpunt bevindt en de concurrentiekracht van onze bedrijven langzaam maar zeker achteruit boert. De geplande maatregelen van Di Rupo zijn in de ons omringende landen al lang genomen. Toch willen de vakbonden die terugschroeven. Ze begrijpen niet dat ze hierdoor met vuur spelen en ons sociaal systeem op termijn onderuit halen. Deze houding is onverantwoord en lijkt enkel ingegeven door eigenbelang.”

Lode Vereeck, Vlaams fractievoorzitter LDD: “Dat het gros van de publieke opinie op dit ogenblik de nationale staking afwijst, spreekt boekdelen. Het maakt duidelijk dat de vakbonden blind zijn voor de economische realiteit en niet bereid om broodnodige hervormingen te helpen doorvoeren. Dit staat in schril contrast met bvb. Duitsland, waar de noodzakelijke structurele maatregelen juist mét steun van de vakbonden zijn ingevoerd. Logisch dat onze oosterburen vandaag koploper in Europa zijn.”

Intussen hebben de vakbonden van de openbare diensten en andere sectoren hun deelname aan de nationale staking toegezegd met alle gevolgen vandien voor onze economie.

“LDD waarschuwt voor buitensporige acties zoals blokkades van ringwegen, bedrijventerreinen en havens of het inzetten van vliegende stakingsposten. Wij vinden dat de principes van de rechtstaat en dus ook het recht op arbeid gegarandeerd moeten worden. LDD is in dit verband ook bereid om elk doordacht wetgevend initiatief voor het invoeren van een minimale dienstverlening te steunen. In vergelijking met de meeste eurolanden, hinkt ons land hierin hopeloos achterop. Het is dus de hoogste tijd dat voor een initiatief dat onverantwoord gedrag van de vakbonden aan banden legt”, besluit Lode Vereeck.

dinsdag 24 januari 2012

Het Vlaams energiebedrijf

Vlaanderen heeft er een nieuwe nutteloze politieke zelfbedieningszaak bij:              “ Het Vlaams energiebedrijf ” met aan het hoofd een N.VA-er Andries Gryffroy (kabinetsmedewerker van Minister Bourgeois) omringd met politieke vazallen van elke regeringspartij.

Doel van het vehikel: subsidies uitdelen.

Wat we zelf doen, doen we beter, naar oude Waalse PS-gewoonte.

zaterdag 21 januari 2012

Griekse toestanden in Oostende.


De Schepen en de Burgemeester doen hun best om het financieel beleid te Oostende te bewieroken en u met cijfers een rad voor de ogen te draaien.

De realiteit is echter een Grieks drama.

In “De grote Klok” van december 2011 vinden we een grafiek van de schulden terug. De grafiek geeft een dalende lijn aan van de schulden in de stadsbegroting. De grafiek start echter met het cijfer van 31/12/2007, terwijl de legislatuur begon op 01/01/2007, en eindigt met het begrote cijfer van 31/12/2012, een cijfer die vooralsnog een groot vraagteken is vermist er in de begroting 2012 geen ruimte is voor financiering met eigen middelen en dat aldus elke begrotingswijzing gefinancierd moet worden met leningen. (zie schrijven van de ontvanger op 19 december 2011). De meest correcte grafiek start dus met de cijfers op 01/01/2007 met een schuld van  € 113.425.249 en eindigt op 01/01/2012 met een schuld van  € 114.233.653. We noteren dus een lichte stijging van de stadsschuld van € 808.404.

Maar daarmee is de kous niet af want ook het OCMW, het Bedrijf voor Grond en Bouwbeleid Oostende (BGB), de autonome gemeentebedrijven (AG’s) en hun dochters hebben een schuldenlast opgebouwd die finaal ten laste van de Stad Oostende vallen.

Het OCMW gaat leningen aan en betaalt de intresten via de jaarlijkse dotatie. Deze dotatie werd in 2012 voor 2 jaar bevroren op € 10.742.000. (in 1996 bedroeg de jaarlijkse dotatie € 5.775919,13, ongeveer de helft dus) Daarbovenop krijgt het OCMW nog een tussenkomst binnen de begroting, de zogenaamde “ Gemeentelijke tussenkomst in de aflossingen van leningen en leasingschulden”. Voor 2012 wordt dit begroot op € 1.252.660. Alle schulden van het OCMW worden aldus betaald door Stad Oostende en moeten bijgevolg bij de schuldenlast gerekend worden. Op 01/01/2007 bedroeg de schuld van het OCMW € 25.770.670 en op 01/01/2012 bedroeg deze € 32.496.240. Ofwel een stijging van € 6.725.570.

Wat schepen Veulemans en burgemeester Vandecasteele u ook graag verzwijgen is het feit dat het Bedrijf voor Grond en Bouwbeleid (BGB) vanaf 01/01/2013, de start van de nieuwe legislatuur, conform het Gemeentedecreet, in zijn huidige vorm niet meer kan blijven bestaan en volledig ondergebracht moet worden onder de stadsbegroting. Het is dan ook niet verkeerd om alle schulden van het Bedrijf voor Grond en Bouwbeleid als schulden van Stad Oostende te beschouwen. Het volledige cijfer van het Bedrijf voor Grond en Bouwbeleid kunnen we helaas niet geven vermist we nog niet beschikken over de jaarrekening 2010 noch over de begroting 2012, iets wat op zijn zachts gezegd, vreemd genoemd kan worden. De schuld van BGB bedroeg op 01/01/2007, € 17.259.491 en op 01/01/2011 € 56.815.797. Ook hier een stijging van de schuld van maar liefst € 39.556.306.

De schulden – leningen en leasings op meer dan 1 jaar -  die dus rechtreeks ten laste van de stadsbegroting vallen zijn deze die momenteel opgenomen zijn in de stadsbegroting, de schulden van OCMW en de schulden van het BGB. Op 01/01/2007 bedroeg deze schuld € 156.455.410 en op 01/01/2011 was dit € 205.162.101 ofwel een stijging van € 48.706.691.

En last but not least zijn er nog de Autonome gemeentebedrijven en hun dochters. Om een volledig beeld te krijgen van alle schulden van Stad Oostende moeten ook de schulden van de autonome gemeentebedrijven en hun dochters in rekening gebracht worden. In 1996 bvb waren er nog geen AG’s en had de wet op de AG’s nooit bestaan, dan waren alle projecten nu uitgevoerd door de AG’s ten laste van de stadsbegroting geweest. Dit is de realiteit. Bovendien heeft diezelfde realiteit reeds uitgewezen dat bij een faillissement van een AG, zoals recent met de vismijn, alle schulden ten laste komen van de Stad. Op de jaarrekeningen van de autonome gemeentebedrijven van AGHO,AGVO,AGSO en EOS en van hun respectievelijke dochterbedrijven (waarvan de AG’s minimum 95% van de aandelen in bezit hebben) Multitech, Oostende Trade, EVO, Pakhuizen, EKO, Sleuyter Arena noteren we een gezamenlijke schuld  van € 100.710.142. Waarvan het gros bij AGSO nl € 70.047.206 te vinden is.


De totale gezamenlijke schuld ten laste van de Stad Oostende en zijn inwoners bedraagt op vandaag € 305.872.243  of 12.338.855.695,39 oude Belgische Franken (12,3 miljard BEF)

We hebben in deze tekst al vaker verwezen naar het jaar 1996 en het cijfer van de schuld op 31/12/1996. 20 december 1996 is namelijk de datum dat Schepen Veulemans de verantwoordelijkheid van financiën kreeg. Een 6-tal maanden later op 27 juni  1997 werd Jean Vandecasteele burgemeester. Een vergelijking met 1996 geeft ons dus een beeld van het financieel beleid onder Veulemans/ Vandecasteele. Feit is dat in 1996 nog geen autonome gemeentebedrijven waren. Feit is dat de stadsschuld toen 59.150.069,90 euro bedroeg.
We beschikken helaas enkel over officieuze cijfers betreft de schulden van OCMW en BGB en hebben geen stavingstuk desbetreffend. Doch werd er ons intern meegedeeld dat de schuld van het OCMW in 1996 +/- 12 miljoen euro bedroeg en deze van het BGB +/-9 miljoen euro. Dit betekent een totale schuld op 31/12/1996 van +/-  80 miljoen euro. We stellen dus vast dat de schulden ten laste van de Stad Oostende  onder de tandem Veulemans/ Vandecasteele verviervoudigd werden tot 305 miljoen euro

TOTALE Schuld Stad Oostende 01/01/2012:Stadsbegroting + OCMW + Grond en bouwbeleid + Autonome gemeentebedrijven:
           Stad Oostende                          € 118.475.460
           OCMW                                       € 29.870.844
           Grond en Bouw beleid                € 56.815.797
           Autonome gemeentebedrijven   € 100.710.142
           TOTAAL                                    € 305.872.243

Wat kregen we in ruil voor deze stijging van 225 miljoen euro schulden:
  • Een stijging van de werkloosheid.
  • Een daling van de werkgelegenheid.
  • Stijging van de kansarmoede. ( 41% v/d bevolking leeft onder de armoedegrens)
  • Daling van de ondernemersgraad.
  • Een stijging van de braindrain.
  • Een stijging van de criminaliteit.
  • Een stijging van het onveiligheidsgevoel.
  • Een daling van de economische koopkracht.
  • Dalende cijfers luchthaven Oostende.
  • Slechtste omzetcijfer van de haven ooit.
  • Een virtueel failliet van de Kursaal.
  • Failliet shoppingcenter onder de Sleuyter Arena.
De achteruitgang van Oostende is rechtevenredig met de stijging van de schulden ervan.
In het begin verwezen we reeds naar de nota van 19 december 2011 van de lokale ontvanger Christina De Prêtre. We lezen in deze brief dat de liquide middelen van Stad Oostende op 5 januari 2012 uitgeput zullen zijn en een kaskrediet zal moeten aangegaan worden om de betaling te garanderen van de facturen van de gewone dienst en de buitengewone dienst, en dit tot de ontvangst van de volgende schijf van het gemeentefonds. Bovendien vermeldt de brief nog eens de dringende oproep om geen nieuwe investeringen te financieren met eigen middelen in 2012. De Stad Oostende heeft een liquiditeitsprobleem en kan bovendien geen enkel financiering meer doen met eigen middelen. Ze moet m.a.w. elke investering of aankoop niet voorzien in de begroting financieren met een lening. De belastingen verhogen in een verkiezingsjaar is uit den boze, vandaar schuiven ze alles door naar 2013. De cijfers en de brief van de ontvanger duiden aan dat de financiën zo erbarmelijk zijn dat de volgende coalitie verplicht zal zijn de rekening aan de burger te presenteren en de belastingen te verhogen, wil zij een beleid kunnen voeren.
Het wanbeleid van Oostende valt te vergelijken met dit van het failliete Griekenland. Maar terwijl het Grieks drama te Oostende zich voltrekt dansen Schepen Veulemans en burgemeester Vandecasteele vrolijk de Sirtaki boven de afgrond van de Oostendse schuldenput.

Jean Marie Dedecker
 

donderdag 19 januari 2012

It’s al long way to Tipperary, niet voor de BBI wel voor justitie.



Op 14 Oktober 2003 beslist de ministerraad van de regering Verhofstadt om een aantal overheidsgebouwen te verkopen en terug  te huren ( sale -and-lease-back)

Op 28 oktober 2003 (amper 2 weken later) wordt BVBA REDEBA Invest opgericht met een kapitaaltje van 20.000 euro, met als bestuurders:
  • Anne Marie Habraken.
  • Banner mobilfisc LTD, een vennootschap naar Iers recht in Chocolate Cottage Tubrid Cahir, Co Tipperary Ireland. Op hetzelfde Iers adres bevindt zich ook: Jaspers-Eyers Limited. Het beheer gebeurt door de familie Habraken-Vincken.
Op 8 december 2003 (een goede week later) koopt BVBA REDEBA zes overheidsgebouwen voor een totaal van 44,9 miljoen euro, waaronder het gerechtsgebouw (administratief centrum) van Veurne.
In een Proces-Verbaal van 6 juli 2009 verklaart de heer Yves Vanmaele, onderzoeksrechter te Veurne.
“ Tijdens één van mijn vele meetings, naar mijn herinnering begin 2007, liet dhr. Laurent Jaspers zich ontvallen dat zijn vader bevriend was met minister De Gucht en dat deze participeert met zijn vader in aankopen van openbare gebouwen, waaronder het administratief centrum te Veurne”
Het gerecht heeft de vennootschapsstructuur in Tipperary Ierland NOOIT WILLEN onderzoeken.
De Ierse soldaten zongen tijdens de Eerste Wereldoorlog het alom bekende 
“It's a long way to Tipperary”, het Belgisch gerecht dacht er kennelijk ook zo over.
Gelukkige is de BBI meer bij de pinken. Vandaag verscheen het volgende artikel in ‘De Tijd’.
Architectenfamilie Jaspers verliest strijd tegen fiscus
Onterecht geen belasting betaald op miljoenenwinst bij aankoop overheidsgebouwen.
 

Vader Michel en zoon Jean-Michel Jaspers, de toplui van M. & J-M. Jaspers-J. Eyers & Partners, het grootste architectenbureau van ons land.
In april 2009 liet de bekende architect Michel Jaspers nog optekenen dat de fiscus 'geen opmerkingen maakte' over de manier waarop hij samen met zijn drie zonen zes overheidsgebouwen kocht. 'Alles is transparant gebeurd.' Nu valt de Brusselse rechtbank van eerste aanleg wél over de constructie die de familie Jaspers opzette om geen belasting te betalen op de miljoenen euro's die ze verdiende met de aankoop. De Tijd kon het vonnis inkijken.
Toen politicus Jean-Marie Dedecker in april 2009 het verhaal bracht dat toenmalig minister Karel De Gucht en de familie Jaspers onder één hoedje hadden gespeeld om een gerechtsgebouw in Veurne te kopen, bleek zijn verhaal gaten te vertonen. De Gucht bleek niets met de transactie te maken te hebben. Van corruptie was evenmin sprake, want de gebouwen waren openbaar verkocht.
Andere elementen in Dedeckers verhaal trokken toch de aandacht van de Bijzondere Belastinginspectie. Die opende al gauw een btw-onderzoek en doorzocht de kantoren van de bedrijfsrevisor en de boekhouder (twee broers uit Limburg) die de aankoop voor de familie Jaspers hadden begeleid.
De fiscus kon zo allerlei documenten en computerbestanden inkijken. En de inspecteurs zagen naast fiscale kwesties ook aanwijzingen van fraude die ze doorspeelden aan het parket van Leuven.

CONSTRUCTIE

Tussen 2001 en 2006 verkocht de regering-Verhofstadt massaal overheidsgebouwen om de begroting op te smukken ('sale and lease back'). Ook de familie Jaspers deed in oktober 2003 een bod op zes overheidsgebouwen van Financiën en Justitie in Veurne, Boom, Brugge, Luik, Aarlen en Chimay. Prijskaartje: 44,9 miljoen euro. Goed voor een huurcontract van 18 jaar met de Belgische staat.
Het bod werd aanvaard, maar er werd een constructie opgezet. Officieel was het de pas opgerichte firma Redeba Invest die de aankoop deed. En de officiële oprichter van die firma was niet de familie Jaspers, wel de echtgenote van hun bedrijfsrevisor en de Ierse firma Banner Mobilfisc. Al een maand later, na het bod, namen de drie zonen Jaspers (architect Jean-Michel en de economen Philippe en Laurent) de aandelen van de firma over.

Ze betaalden slechts 19.800 euro voor de 198 aandelen van Redeba. Nochtans had de firma zopas zes overheidsgebouwen gekocht. Nog geen drie jaar later, op 28 juni 2006, brachten ze de aandelen voor liefst 30 miljoen euro in in de familieholding Arch-Invest. Die holding is zowel in handen van vader Jaspers als van zijn drie zonen. Het is de spilholding die het vastgoedimperium van de familie beheert.

Wat de Bijzondere Belastinginspectie niet pikt, is dat de zonen Jaspers geen cent belasting betaalden op die monsterwinst van 30 miljoen euro. Het gaat om 'meerwaarden op aandelen'. Die zijn niet belast, maar alleen als ze passen in het 'normaal beheer' van iemands privévermogen. De familie Jaspers kreeg van haar bedrijfsrevisor te horen dat de belastingvrijstelling voor hen gold. Maar de Bijzondere Belastinginspectie ziet dat anders: van een normaal beheer is hier geen sprake.
Jaspers' drie zonen kregen van de fiscus een aanmaning om 33 procent belastingen te betalen op de 9,9 miljoen euro die ze elk opstreken.

Daarop trokken de drie zonen naar de Brusselse rechtbank om de belastingaanslag aan te vechten.
Tevergeefs. Drie rechters geven de fiscus nu gelijk dat er geen sprake was van een 'normale meerwaarde'. Onder andere omdat er een fiscale constructie is opgezet, waarbij de familie Jaspers belangen had in alle betrokken vennootschappen. De familie speelde ook een actieve rol in elke fase van de operatie. Ook het korte tijdsverloop tussen de oprichting van Redeba in 2003 en de inbreng van de aandelen in de familieholding in 2006 wijzen op het abnormale karakter. Net als de wanverhouding tussen de 19.800 euro die eerst is betaald voor de aandelen en de 30 miljoen die ze later al waard waren. Volgens de rechtbank wist de familie Jaspers op voorhand dat ze zo'n enorme meerwaarde zou realiseren.

Het vonnis is een streep door de rekening van de architectenfamilie. Zeker als men weet dat er nog hoge verwijlintresten moeten worden betaald zolang de fiscus zijn geld niet krijgt. De zes overheidsgebouwen zijn ook gekocht met miljoenenleningen van de vroegere Fortis Bank en drie firma's van de familie, waaronder het bekende architectenbureau. Het enige lichtpunt is dat de rechtbank oordeelt dat er bij deze constructie geen strafbare feiten zijn gepleegd. Al betekent dat ook weer niet dat het nog lopende strafonderzoek in Leuven wordt stopgezet.

Het laat zich dus raden dat de zonen Jaspers beroep aantekenen. Voor hun advocaat Michel Maus is de slotconclusie dat de wet onduidelijk is. Welke meerwaarden op aandelen zijn belastingvrij en welke niet? 'De rechtspraak gaat alle kanten uit.
Voor de familie Jaspers is dat een zure vaststelling', zegt Maus.