Archief

maandag 7 oktober 2013

Brandpreventieverslagen voor scholen en buitenschoolse opvang.



Op een vraag van Jean Marie Dedecker betreffende de veiligheid in onze gemeentescholen is gebleken dat gedurende 15 jaar (sedert 1997) in de gemeentescholen te Westende, Leffinge, en Slijpe de brandpreventieverslagen niet in orde waren.

Jean Marie Dedecker: “ Vorig jaar werden de scholen door de Vlaamse inspectie nog bedreigd met sluiting. Door een in der haast opgemaakt verbeterplan, kreeg de gemeente een tijdelijk vergunning tot 2015. De gemeente keek 15 jaar toe op een onveilige situatie voor onze kinderen en deed niets.”

Volgens onderwijsschepen Bart Vandekerckhove zouden de brandpreventieverslagen nu inorde zijn. Het is wachten op de goedkeuring van de onderwijsinspectie. Op de gemeenteraad moest de meerderheid bekennen dat ook de brandpreventieverslagen van het IBO (Initiatief Buitenschoolse Opvang) nog steeds niet in orde zijn. Ook daar faalt het Open VLD/CD&V meerderheid om de basisveiligheid van onze kinderen te garanderen.

Jean Marie Dedecker: “ De veiligheid van onze kinderen is elementair en zo belangrijk dat daar prioriteit moet aan gegeven worden. We laten onze kinderen achter bij de gemeentediensten en vertrouwen erop dat ze veilig zijn. De Open VLD/CD&V meerderheid geeft liever prioriteit aan feestje en recepties, dan de veiligheid van onze kinderen te garanderen.”

zaterdag 5 oktober 2013

Gouverneur wijst Middelkerke terecht op 10 klachten van Dedecker.


In juni van dit jaar legde Jean Marie Dedecker, na een bewogen gemeenteraad 13 klachten neer bij de gouverneur van West-Vlaanderen, Carl Decaluwé. Alle klachten waren ontvankelijk, 10 werden gegrond bevonden. ( als bijlage overzicht van de klachten)

Jean Marie Dedecker: “ De gouverneur nam geen toezichthoudende maatregels omdat dit in geen enkel dossier nog administratief juridisch mogelijk was. Wel wees hij de gemeente op de overtredingen van het Gemeentedecreet en maande hij het College van burgemeester en schepenen op 10 dossier aan om zich te schikken naar de wetten en decreten van ons land.”

De Open VLD/ CD&V coalitie is streng  op zijn bevolking en schrijft gas-boetes en parkeerboetes uit bij de vleet. Zelfs treedt ze de Vlaamse administratieve wetgeving met de voeten en door het weigeren van het uitvoeren van een correcte postregistratie creëert ze zelfs een juridisch vacuüm voor zijn inwoners. De gouverneur maant de gemeente nu aan om zich “onverwijld” in regel te stellen, de raadscommissies bijeen te roepen en in de toekomst de wet op de overheidsopdrachten strikt op te volgen.”
 
Jean Marie Dedecker

 
 
Bijlage
 
Klachten bij de gouverneur en de minister van Binnenlands Bestuur.

 

1.      8 klachten tegen overtredingen op artikel 157 van het gemeentedecreet.

2.      1 klacht betreffende een overtreding op de wet op de overheidsopdrachten.

3.      1 klacht betreffende een overtreding op artikel 39§1 van het gemeentedecreet.

4.      1 klacht tegen de aanstelling van R. Devriendt en L. Feys-Peelman als gemandateerde voor de algemene vergadering van het TMVW.

5.      1 klacht tegen de aanstelling van R. Devriendt en L.Feys-Peelman als gemandateerde voor de algemene vergadering van de Gemeentelijk Holding.

6.      1 klacht overtreding op artikel 189 van het gemeentedecreet.

vrijdag 6 september 2013

Open brief aan Johan Vande Lanotte, over de Oostendse immobilaire (wan)toestanden.


 
 
 Beste Johan,
Eigenlijk moet ik mijn queeste richten aan de nieuwbakken baas van het Autonoom Gemeentebedrijf Stadsontwikkeling Oostende (AGSO), Bart Tommelein. Maar aangezien jij als eigenlijk opperhoofd van het Autonoom Gemeentebedrijf Haven Oostende (AGHO) de echte kapitein bent op het Oostendse immobiliënschip, neem ik de vrijheid mij rechtstreeks tot jou te richten. De poppenspeler of de buikspreker is immers altijd belangrijker dan het blauwe handpoppetje.
Even terug in de tijd, Beste Johan. In 2006 beslisten AGHO & AGSO om de havenbedrijven “aan de kop van de Hendrik Baelskaai” te onteigenen en de site om te bouwen tot een wooncomplex. Er werd op 17 juli 2008 een aanbestedingsprocedure voor het “PPS Forstraat (Vuurtorendok-Zuid ) Oosteroever” uitgeschreven. Er dienden zich 3 projectontwikkelaars aan; de usual suspects Groep Sleuyter, THV CFE aannemingsmaatschappij en bouwgroep Versluys, en Vanhaerents nv. Door een complex puntensysteem bij de toekenning van het project kwam THV CFE aannemingsmaatschappij en bouwgroep Versluys als overwinnaar uit de bus. Voor de leek was dit allesbehalve merkwaardig.
Voor het gigantische immobiliënproject had CFE een tijdelijke handelsvereniging afgesloten met het plaatselijk bouwbedrijf Versluys. Sommigen beweren dat jij Versluys daartoe verplicht had, maar kom. In de aanbesteding had THV CFE aannemingsmaatschappij en bouwgroep Versluys maar het tweede hoogste bod van 19.571.666 euro voor de aankoop van de havengrond voor het bouwen van 1200 luxeappartementen, kantoren en handelszaken. De eerste bieder (Groep Sleuyter) gaf ruim 9 miljoen euro meer, nl 28.536.707 euro. Op de gemeenteraad van 27 november 2009 heb ik hevig geprotesteerd tegen deze onterechte toewijzing en verkwisting van overheidsgelden. Toch werd op 22/06/2010 het project gegund aan THV CFE aannemingsmaatschappij en bouwgroep Versluys. Voor ingewijden was deze beslissing veel minder verrassend. De internationale groep Vinci, het moederbedrijf van CFE, koloniseert met haar dochterondernemingen DEME nv, Dredging International nv, en MBG gans Oostende.
Vinci is de wereldleider op gebied van bouw, concessie, wegenbouw en energie en is in Oostende alom aanwezig. Niet alleen is ze via Vinci-park de uitbater van 3 ondergrondse parkings (Mijnplein, Visserkaai, Zeeparking) en de parking aan de Kinepolis, ze mag ook 5496 parkeerplaatsen op de openbare weg uitbaten.
Dochterbedrijf DEME heeft via participatie in vele bedrijven zowat de ganse haven van Oostende in handen (C-power, REBO nv, Otary RS nv, Baggerwerken Decloedt nv, Power@sea nv, Rent a port nv, Rentel nv, THV Seastar, THV Mermaid, Norther nv, THV Stene Twins, Deme Blue Energy nv en OWA nv … )
En CFE monopoliseert alle grote bouwprojecten in de stad. MBG nv een dochterbedrijf van CFE nv renoveerde het Kursaal, mocht in opdracht van AGHO de werfsite de halve maan verzwaren en ook de zwaarlastkaai bouwen, in opdracht van REBO nv het Zeewezendok verstevigen (10 ha) inclusief de bouw van twee zwaarlastkaaien met een draagkracht van 20 ton per vierkante meter en DEME nv dochterbedrijf van CFE nv bouwt de nieuwe strekdammen en graaft de nieuwe vaargeul. Dochter MBG nv renoveerde ook in een tijdelijke handelsvereniging met Strabag nv het nieuwe cultuurcentrum “De Grote Post”.
Vinci en CFE nv zijn de vaste medestanders in je machtshonger, beste van Johan, in ruil voor het monopoliseren van alle parkeergelegenheid in de stad en in ruil voor participatie in alle grote Oostendse bouwprojecten. Overal in de structuren van VINCI-CFE-DEME vind je je  huisvrienden Bernard Alain en Marc Stordiau terug. Bernard Alain volgde Marc Stordiau op aan het hoofd van DEME nv (Dredging Environemental and Marine Engineering). Stordiau behoort tot je intimi en was zelfs je officiële raadgever toen je sp.a-voorzitter was in 2006. Marc Stordiau was tevens één van de 52 “bekende” Vlamingen die op de affiche van Patrick Janssens prijkte als onderdeel van zijn campagne voor de gemeenteraadsverkiezingen. In 2006 richtte Stordiau een studiebureau op voor havenactiviteiten met als partners CFE nv en Ackermans & Van Haaren nv en is lid van de raad van bestuur van Rent a Port nv en Rentel nv(50% Electrawinds), belangrijke spelers in de windmolenconcessies. De enige havenactiviteiten op de Oostendse oevers is de zandwinning van n.v. Baggerwerken Decloedt nv, een 100% dochteronderneming van “Jawel” DEME.
Maar nu komt de aap uit de scheepsmouw, voor het bouwproject op de Oosteroever. We zijn vier jaar later. THV CFE aannemingsmaatschappij en bouwgroep Versluys is volop appartementen op plan aan het verkopen terwijl ze nog geen eigenaar is van de grond, op een klein hoekje na (H. Baelskaai en Fortstraat). Ook AGSO, de verkoper, is vandaag nog geen eigenaar van de terreinen en gebouwen die ze 4 jaar geleden doorverkocht heeft. Amper een paar onteigende gebouwen aan de H. Baelskaai behoren haar toe. Negentig procent(90%) van het bouwterrein is nog altijd eigendom van het Vlaamse Gewest, ttz 88 a 63 ca “Brownfields” aan de H.Baelskaai en 3 Ha 44 a 62 ca tussen de Fortstraat en de Vuurtorenweg.
Binnen het Vlaams Gewest moesten deze terreinen eerst onbestemd verklaard worden door de Maritieme Dienstverlening Kust (bevoegdheid van Hilde Crevits) en dan overgedragen aan de “ Vastgoeddienst ” van Minister Geert Bourgeois om ze uiteindelijk te kunnen verkopen aan AGSO onder de noemer vervreemding zonder mededingen.
Maar daar moet een prijs opgeplakt worden, beste Johan, en daar wringt het schoentje. Na twee herschattingen en heel wat “politieke druk” om de prijs laag te houden werd de verkoopprijs geschat op 28.5 miljoen euro.(naam van de schatter op aanvraag) Kwatongen beweren zelfs dat de schatter daarvoor bevorderd werd tot hypotheekbewaarder. Maar dit zouden wij zelf nog niet durven vermoeden, laat staan zeggen. Temeer daar er geruchten de ronde doen dat de voorzitter van het aankoopcomité, (naam op aanvraag), de prijszetting “ à la baisse “ zou aangemoedigd hebben. Maar ik herhaal, beste Johan, dit zijn geruchten en verdachtmakingen. Met Oostends visserslatijn hou ik geen rekening. Moest je twijfelen aan het bedrag van de schatting dan kun je even bellen met Kris Snijkers op het kabinet van de bevoegde Minister Bourgeois.
Toch is er iets merkwaardigs aan de hand. AGSO zou minimum 28,5 miljoen euro moeten betalen om gronden te verwerven die ze zelf via een dubieuze constructie verplicht is door te verkopen voor 19.5 miljoen euro, samen met enkele terreinen die ze al bezit. Dus een dubbele aderlating van minimum 9 miljoen euro. Dit stinkt als rotte vis en je weet, beste Johan, vis begint te rotten aan de kop. Oostende verkoopt haar patrimonium en wordt er alleen maar armer van.
 
Sans Rancune,
Jean Marie Dedecker.

 

dinsdag 30 juli 2013

Progressieve ideeën = rechtse ideologie kopiëren.


  
Toen ik in 2006 mijn boek “Rechts voor de raap “ publiceerde, werd de inhoud ervan door “Links Vlaanderen” als duivelse teksten door de mangel gehaald en ikzelf werd overal als baarlijke duivel onthaald.
 

Maar 7 jaar later stel ik vast dat Bruno Tobback (SP.a) en Wouter Devriendt (Groen), in naam van hun partij, mijn pensioenplan, die één van de speerpunten van al onze verkiezingscampagnes was, letterlijk kopieerden. Ze hebben de afgelopen jaren kennelijk heel goed naar mij geluisterd want ze namen zelfs letterlijk mijn argumenten over die ik hanteerde in de media en op debatten.

Op pag 204 en 205 van “Rechts voor de Raap “ staat te lezen:

Zou het dan niet goed zijn als dat we met zijn allen zouden kiezen voor een veertigjarige loopbaan, met een grens van vijfenzestig lentes. Wie dan veertig jaar de helft van zijn inkomen aan vadertje staat heeft afgestaan, heeft recht op rust, respect en de interesten van zijn investering onder de vorm van een pensioentje. Wie begonnen is op zijn achttiende, mag aan de pensioentafel aanschuiven op zijn achtenvijftigste. Wie begonnen is op zijn achtentwintigste mag dit op zijn vijfenzestigste.”

 
Vaak denk ik terug aan de woorden van Arthur Schopenhauer:

“ Elke waarheid doorloopt drie stadia. Eerst wordt ze belachelijk gemaakt . Dan wordt ze hevig bestreden. Ten slotte wordt ze als vanzelfsprekend aangenomen.”

Of het pensioenplan van Lijst Dedecker nu links of rechts, progressief of conservatief is, wordt nu onduidelijk, maar één ding is zeker het is gewoon “Gezond Verstand”.

Bruno Tobback en Wouter Devriendt hoeven niets te vrezen, ik zal hen niet dagvaarden voor plagiaat, maar eerder hen mijn boek “Rechts voor de Raap “opsturen zodat ze nog meer ideeën van Lijst Dedecker kunnen kopiëren en in wetteksten gieten. Ik zal ze met veel plezier en enthousiasme in de Kamer steunen.

Ze mogen zelfs de spreekwoordelijk pluim op de hoed steken, want niet wie de bloemen krijgt is belangrijk maar dat de Vlaming er beter van wordt.

 Jean Marie Dedecker

 

 

maandag 22 juli 2013

De offshore windmolenparken zijn jackpotten voor de uitbaters, maar driearmige bandieten voor de verbruikers en de belastingbetalers.





Het Japanse Sumitomo wordt voor zo’n 100 miljoen euro hoofdaandeelhouder in twee van onze zeven offshore windenergieparken. Niet toevallig in Northwind en Belwind. Het zijn immers de jackpotten van de duurzame energie. Op de Lodewijkbank plant Northwind 72 turbines voor 216 megawatt. Dat is precies de capaciteitsgrens waarvoor groenestroomcertificaten vergoed worden tegen 107 euro per megawattuur. Daarboven is het 90 euro. Deze berekening werd uitgedokterd in 2005 door Johan Vande Lanotte als minister van de Noordzee en Marc Verwilghen als Minister van Energie. De verhoging van de prijs van de groenestroomcertificaten op dit moment was merkwaardig. In 2002 werd de prijs bepaald op 90 euro, in 2005 verhoogd tot 107 euro voor de eerste 216mw. Het VITO had in 2005 berekend dat de windenergie op zee een inkomen van 93 euro nodig had per megawattuur(MWH) om rendabel te worden. Dit noemt men de “onrendabele top” of de minimumprijs die nodig is om alternatieve energiebronnen aantrekkelijk te maken. Daarvan moet men eerlijkheidshalve nog de werkelijke elektriciteitsprijs ( 50 tot 60 euro MWH) aftrekken, want tegen deze prijs wordt de echte productie ook nog verkocht. Een verhoging was dus niet nodig.

Het ministerduo nam nog een belangrijke beslissing : de garantietijd voor de windboeren om deze certificaten te incasseren werd verdubbeld van 10 tot 20 jaar. In ruil daarvoor kreeg Verwilghen een stijging van het kortingsvoordeel voor bedrijven die jaarlijks meer dan 20.000 megawattuur verbruiken, de zogenaamde energie-intensieve bedrijven. Zo zou bijvoorbeeld een chemisch bedrijf dat 1,5 miljoen mwh(megawattuur) verbruikt ipv 2,6 miljoen euro nog amper 250.000 euro betalen. De politici waren tevreden met elk een electoraal tooltje, maar Jan met de pet, het modale gezin en de kleine KMO’s moeten de factuur van de windmolens op zee betalen. Bovendien hield men toen bewust of onbewust geen rekening met de stijging van de energiekost voor de overheid. Een studie van de High Level Group Chemie en Life Sciences, wees in 2009 uit dat bij een ongewijzigd subsidiebeleid Infrabel, beheerder van het Belgische spoorwegnet, in 2030 18 miljoen euro per jaar meer zou betalen op hun energiefactuur dan vandaag en dit enkel en alleen als gevolg van de kostprijs van de groenestroomcertificaten van de offshore windmolens. Jan modaal, de hardwerkende burger, betaalt nu tweemaal voor zijn deze groenestroomcertificaten, eenmaal via zijn elektriciteitsfactuur en nogmaals via de belastingen om de stijging van de elektriciteitsfactuur van de overheid te betalen. En dit terwijl de offshore windmolenbedrijven de windfallwinsten massaal op zak steken.
Win for life

Dus Northwind krijgt voor haar ganse elektriciteitsproductie gedurende 20 jaar een subsidie van 107 euro per megawattuur. Deze wordt dan door de netwerkbeheerder doorgerekend aan de verbruiker. Northwind werd – onder de naam Eldepasco – in december 2007 opgericht door Electrawinds, Depret , Aspiravi en wind energie power( groep Colruyt),  één week nadat Johan Vande Lanotte voorzitter van Electrawinds werd. Op 7 juni 2010 werd hij ook lid van de Raad van Bestuur van Northwind(Eldepasco) tot Electrawinds in februari 2011 al zijn aandelen verkocht aan de groep Colruyt.

Groenestroomcertificaten zijn dus werkelijk biljetten van win for life. Wat dit in werkelijkheid betekent, heeft Belwind al bewezen, het tweede koopje van Sumitomo. Met momenteel nog maar 55 windmolens draaide het in 2011 een omzet van 90.5 miljoen euro, 27.5 miljoen uit de verkoop van elektriciteit en 63 miljoen van groenestroomcertificaten! Het leverde een operationele winst op van 33,5 miljoen euro. De Japanners zijn meesters met de rekenmachine. Belwind mag haar park nog verdubbelen tot 110 windmolens van 330 MW. Kassa!

Volgens de CREG( de commissie voor de regulering van de elektriciteit en het gas) zullen de zeven geplande windmolenparken gemiddeld 300 megawatt groot zijn en elk meer dan 1 miljoen megawattuur produceren. Dit betekent voor elk park minimum 100 miljoen euro groenestroomscertificaten per jaar. Voor de volgende 20 jaar zal de rekening oplopen tot 15,7 MILJARD euro. De gemiddelde investeringskost in een offshore windmolenpark is 1 miljard euro en levert gegarandeerd 2 miljard euro groenestroomcertificaten op. De offshore windmolenparken zijn jackpotten voor de uitbaters, maar driearmige bandieten voor de verbruikers en de belastingbetalers.
Moderne piraterij met duurzame energie

Voor Belwind , Northwind, C-power is bovenstaand casino voor 2 decennia verworven. Voor de nieuwe realisaties wil minister Wathelet nu scherper aan de wind varen en de prijs van de groenestroomcertificaten koppelen aan de marktprijs van elektriciteit. De steun zou zakken, als de elektriciteitsprijs stijgt of omgekeerd, maar de onrendabele top stijgt ook naar 152 euro. Deze nieuwe berekening is gebaseerd op het zogenaamde Dralans – rapport van VOKA. Een rapport waar beschermengel van de offshore windenergie, Johan Vande Lanotte mee de pen hanteerde. Johan Vande Lanotte zetelde in de groep Dralans als vertegenwoordiger van BOP(Belgian Offshore Platform) die de belangen van de offshore windenergiebedrijven verdedigt.

De verbruiker blijft altijd de klos bij deze broekzak-vestzakoperatie. Hij betaalt minimum 152 per MWH of driemaal de huidige marktprijs. Ook CREG is van mening dat de steun aan de offshore windmolenparken nog zou stijgen in plaats van dalen. Moderne piraterij met duurzame energie.

Het afromen van de nucleaire taks voor het stimuleren van groene energie is eerder windowdressing dan economisch beleid. De nucleaire taks is de opbrengst van wat de verbruiker teveel betaalt aan Electrabel voor woekerwinsten met de afgeschreven kerncentrales. Deze taks moet doorgestort worden aan de verbruikers en niet aan de windboeren. Onze ganse energieproductie, van klassieke gas – en steenkoolcentrales tot kerncentrales, is in handen van buitenlandse monopolisten en conglomeraten die de prijs en het aanbod sturen volgens hun eigen dividendenlogica. Jarenlang mocht en mag Electrabel als melkkoe grazen op de Belgische weiden, maar werd en wordt gemolken in Frankrijk. De beloofde “Golden share” van Verhofstadt om de Belgische verankering bij SUEZ te garanderen blijkt achteraf gebakken lucht te zijn. Ik heb niets tegen de globalisering van de economie en de internationalisering van onze bedrijven – dit heet economisch liberalisme – maar de energiebevoorrading loopt door de slagaders van onze economie en van onze huishoudens en kan een infarct veroorzaken. Verankering en controle zijn dus een noodzaak.

Onze overgesubsidieerde offshore windenergie zal aan de verbruiker –belastingbetaler minimum 16 miljard euro extra kosten. Moeten we dan toelaten dat zeerovers onze schatkist leegeten omdat het met een groene saus overgoten is? Hebben we met Electrabel nog onze les niet geleerd?

 
Jean Marie Dedecker