Archief

dinsdag 2 april 2013

“Lump of Labour” Groen heeft het nog altijd niet begrepen. Ze wil de werkloosheid oplossen met mislukte recepten van de vorige eeuw.



(hieronder passage uit mijn boek  “rechts voor de raap” gepubliceerd in 2006)

Eind 2000 waren er welgeteld 57 banenplannen. Ze hebben nooit een extra job opgeleverd. Van al die plannen werden alleen de ondernemers rijker door het kwistig rondstrooien met subsidies door de overheid. Het laatste ‘Rosetta’-plannetje was een idee van minister Frank Vandenbroucke: de weerwerkpremie. Hij had 24 miljoen euro begroot om 150 euro per maand extra te geven aan elke vijftigplusser die binnen een jaar terug aan de slag ging. In gans 2005 hebben er welgeteld VEERTIEN personen gebruik van gemaakt.

Waarom deze politiek van pappen en nathouden niet werkt, vertelt Willy De Wit in De Tijd van 24/11/2005. ‘Het beeld dat een vast aantal beschikbare jobs moet worden verdeeld onder diegenen die werk zoeken, is statisch. Die opvatting, in een ver verleden gelanceerd door de vakbonden, is men de “lump of labour”-theorie gaan noemen. Onze overheid is destijds in die val getrapt en heeft vanaf de jaren zeventig van vorige eeuw massaal de ouderen vooral via brugpensioen uit de arbeidsmarkt geduwd, in de hoop dat de jongeren hun plaats zouden innemen. Het tegendeel gebeurde. De ouderen werden niet vervangen en de arbeidsmarkt bleef krimpen. (...) De verklaring voor dat op het eerste gezicht vreemde fenomeen is helemaal niet moeilijk. Er zijn twee redenen waarom de “lump of labour”-illusie niet kan kloppen. Ten eerste: hoe meer mensen (ouderen bijvoorbeeld) aan het werk zijn, hoe meer de sociale lasten kunnen dalen en hoe meer de bedrijven kunnen aanwerven, of hoe aantrekkelijker de nettolonen voor jongeren die anders niet gemotiveerd zijn om aan de slag te gaan. Nu zitten meer dan 1 miljoen mensen virtueel gevangen in een vervangingsinkomen, als gevolg van de te hoge sociale lasten.

Ten tweede: zolang een werknemer in actieve dienst blijft, draagt hij bij tot creatie van welvaart en tot de winst van zijn werkgever. Die winsten in de bedrijven zijn samen met de spaargelden van de werknemers de bron voor de investeringen. En investeringen zijn de bron van de werkgelegenheid. Hoe meer winst een bedrijf maakt, hoe meer het kan investeren.’
Jean Marie Dedecker.

1 opmerking: