Archief

zondag 8 december 2019

Race tegen de klok: in het Twitterparlement moeten Kamerleden hun woorden tellen (en op hun tellen passen)



'Dat de volksvertegenwoordigers in hun eigen theater nog enkel dienen als klapvee voor hun eigen partijbobo's, hebben ze enkel aan zichzelf te danken', schrijft Jean-Marie Dedecker.
Er staat nu een aftikklokje in de Kamer van Volksvertegenwoordigers. Als de cameralichtjes aanfloepen van Villa Politica tijdens het wekelijkse vragenuurtje krijgen onze politici nog exact 120 seconden spreektijd om een politieke kwestie aan te kaarten, een stelling te ontwikkelen en een minister op de rooster te leggen. Dit is net evenveel tijd als in het Quizprogramma Blokken om een achtletterwoord te vinden.
De parlementsleden zijn gewaarschuwd: de aftelklok wordt zo dadelijk voor het eerst gebruikt.


Deze nieuwe kleuterregel komt uit de koker van de Kamervoorzitter en de fractieleiders van de politieke partijen die op hun eerbiedwaardige voorzittersconferenties de pikorde in de gaten moeten houden. Niet dat de kwaliteit van dit vragenonderonsje even opgewaardeerd zou kunnen worden, want ministers hakkelen er meestal hun - door hun kabinet voorgekauwde - tekst papegaaiend af, en sommige volkstribunen komen niet verder dat het afhaspelen van een nieuwjaarsbrief. Maar je kunt een koe haar domheid niet verwijten, je moet bij de boer zijn.


Patrick Dewael neemt momenteel de honneurs waar als Kamervoorzitter voor de regering in leeglopende zaken. Een belangrijk uitloopbaantje dat bij de verdeling van de ministerpostjes in elke regeringscoalitie als portefeuille meegeteld wordt. Dewael is zelf een begenadigd redenaar en kent ook het tokkelen van de voorzittershamer. Hij neemt die hamer al voor de derde keer op. In 2008 moest hij als minister van Binnenlandse Zaken op de vlucht wegens gesjoemel op zijn kabinet met de "canapébenoemingen" bij de politietop. In opvolging van Herman Van Rompuy die na een periode van roestige vastheid naar Europa vertrok, kreeg hij toen als vluchtroute het bestbetaalde politiek mandaat in ons koninkrijkje. Deze politieke overlevingskunstenaar kent de techniek van het muilkorven als geen andere. Indien men de Kamervoorzitter uit de oppositieleden zou kiezen in plaats van aan te duiden met een ministeriële koehandel, zou het geen vazal zijn van de regering maar een verdediger van de volksvertegenwoordiging.

Een jaar na mijn verkiezing in de Senaat in 1999 had ik al last van een parlementaire bore-out wegens de ondraaglijke lichtheid van mijn pluchen bestaan. Let wel, de Senaat had toen nog een uitgebreide bevoegdheid, en nagenoeg alle wetten moesten van de Kamer ook nog naar de Senaat om er in een tweede stemronde goedgekeurd te worden. Vandaag is de bevoegdheid van de Senaat zo uitgehold dat ze hoogstens nog een opgewarmd lijk is, ver voorbij het stadium van de palliatieve zorgen. Ze blijft enkel nog in vegetatieve toestand voortbaxteren om haar eigen loon- en onderhoudskosten te verrechtvaardigen.

Als theoretische ontmoetingsplaats van de Gewesten en Gemeenschappen zou ze zich nochtans verdienstelijk kunnen maken door bijvoorbeeld het debat aan te gaan over de klimaatreligie. Maar ze heeft al meer last van een CO-vergiftiging dan van een CO2 -kuur. Om van mijn senatoriële depressie te genezen, ging ik toentertijd even te rade bij Manu Ruys. Hij was de éminence grise van de politieke verslaggeving, zowel voor De Standaard als op de loonlijst van het parlement. Hij heeft in de coulissen van de Wetstraat zelfs meer regeringscoalities helpen smeden dan Wilfried Martens. Hij vertelde me dat je als plucheklever weliswaar geen macht had, maar dat je wel een luis in de pels moest zijn van de machthebbers, en dat je daarvoor over een bevoorrecht instrument beschikte, namelijk het vrije parlementair onschendbaar woord op het spreekgestoelte van het half rond. Een raad dat ik gretig in ontvangst genomen heb en met scha en schande geleerd, tot het filibusteren toe.
De democratie is echter het schaamlapje voor de particratie geworden. We leven in een partijlandschap waar de democratische regels aangepast worden uit eigen machtsbehoud, van het invoeren van de kiesdrempel tot het muilkorven van de verkozenen. Van de dertien partijen in het Nederlands parlement zouden er hier bijvoorbeeld een zestal onder de kiesdrempel zitten. Verkiezingslijsten zijn vakken vol volgelingen die wij met een rode potlood op het groene en rode pluche mogen neerpoten, en die dan geen deuk in een klompje boter mogen slaan vanwege de fractiediscipline. Zo wordt het parlement een zaal van goedgeklede huichelaars. Wie het meeste bier kan drinken en slaafs de partijdiscipline volgt wordt op de troon gehesen. (Fractie)voorzitters krijgen door hun functie al airplay genoeg, voor de anderen is het een schreeuw om aandacht.
Het parlementair vragenuurtje daarentegen is het enige moment waarop de backbenchers even in het licht van de tv-camera's mogen vertoeven, en waar het kaf publiekelijk van het koren gescheiden wordt. We hadden nooit van een spitante Hendrik Vuye gehoord zonder dit wekelijks ritueel, en de communist Raoul Hedebauw was nooit de knuffelbeer van links geworden zonder de medewerking van Villa Politica.

'De democratie is het schaamlapje voor de particratie geworden.'

Dat is echter niet naar de zin van onze politieke leiders die vooral zoeken naar gehoorzame handen die unisono omhoog gaan bij de stemming en op gezette tijden applaudisseren. In de veredelde gemeenteraad, het Vlaams parlement, is het kleutergehalte nog groter. Daar mag een "Einzelgänger" nauwelijks nog zesmaal per jaar een "actuele vraag" stellen aan een minister, en dan nog maar na goedkeuring door de parlementsvoorzitter.
Ze hebben er wel een eigen TV-zender. Toen Telenet de financiering van Actua-TV beëindigde, werd het omgedoopt en gesubsidieerd tot Vlaams Parlement TV. Het Federale Parlement wilde niet meebetalen in de dotatie van een paar honderdduizend euro per jaar om het niche-zendertje in de eter te houden; De verslaggeving uit de Kamer aan het Natieplein moest van Peumans & Co dan ook maar uit het zendschema geschrapt worden. Er moest van de gedachtepolitie rond Peumans ook nog een tweede voorwaarde ingevuld worden, waardoor de democratische broekriem aangehaald werd. De volksvertegenwoordigers moesten bijvoorbeeld in beeld gebracht worden volgens "Het systeem D'Hondt". Dit betekent dat de grootste partij het meest camera exposure krijgt en de kleinste het minst, recht evenredig met hun vertegenwoordiging in het parlementair halfrond. Chrono in de hand.

Het is alsof onze kranten, die samen ook meer dan 300 miljoen euro overheidssteun ontvangen, hun letters moeten zetten in functie van het soortgelijk gewicht van de politieke partijen. De Russische Pravda in zakformaat. Wie niet in het juiste pluche zetelt of in hun ideologische module past wordt dan van het scherm verbannen. De inhoud van de verslaggeving, oeverloze debatten uit de commissiezalen van het parlement, is bijgevolg zo vervelend dat je ogen opdrogen als je er naar kijkt, dat je hersens ervan verschrompelen en je oren tuiten.
Gewezen Vlaams parlementsvoorzitter Jan Peumans vond Twitter een populistische manier om aan politiek te doen. Hij heeft dan met overheidsgeld maar een eigen zender gekocht.

Op federaal niveau glijdt men nu af naar een twitterparlement. Wat je moet kunnen schrijven in tekens en lettergrepen mag je er in een race tegen de klok nog zeggen in klinkers en medeklinkers. Dat de volksvertegenwoordigers in hun eigen theater nog enkel dienen als klapvee voor hun eigen partijbobo's, hebben ze enkel aan zichzelf te danken. Machthebbers trachten per definitie scheidsrechter te zijn van de waarheid.

Jean Marie Dedecker

Geen opmerkingen:

Een reactie posten