Archief

donderdag 16 juni 2011

Windenergie op zee zal consument 14 miljard euro extra kosten.


LDD heeft nagerekend hoeveel geld de overheid wil (laten) besteden aan de nieuwe duurzame energie. Over enkele maanden wordt de zevende concessie voor een windmolenpark in de Noordzee toegewezen. Voor LDD is het duidelijk waarom drie kandidaten zo ijverig de buit binnen willen halen.




Jean-Marie Dedecker, voorzitter LDD: “Volgens de CREG, de federale reguleringscommissie voor gas en elektriciteit, zullen de zeven geplande windmolenparken gemiddeld 300 megawatt groot zijn. De oudste concessiehouder, C-Power zegt daarmee ieder jaar 1075 GWh (Gigawattuur) of 1.075.000 megawattuur stroom te kunnen opwekken. Tegen een gemiddelde prijs van 102 euro per MWh zal C-power 109.650.000 euro incasseren aan groenestroomcertificaten. Elk windmolenbedrijf zal dus 100 miljoen euro per jaar kosten aan groene stroomcertificaten. Met 7 parken levert dat jaarlijks een extra kostenplaatje op van 700 miljoen euro voor de consument. “

Wettelijke woekerwinsten

LDD wijst er op dat de concessies worden verleend voor een periode van twintig jaar met een vaste prijsgarantie. In de komende 2 decennia zullen de windmolenaars voor 14 miljard euro certificaten op zak steken, bovenop de normale elektriciteitsprijs, want de consument betaalt dubbel: éénmaal voor groenstroomcertificaten en éénmaal voor de elektriciteit.

Jean-Marie Dedecker: “De zeven windmolenparken zullen naast 14 miljard euro voor de certificaten nog minimum 7 miljard euro incasseren voor hun productie. Twintig jaar subsidies betalen voor een project dat na acht jaar is afbetaald, afgeschreven en winstgevend , wekt de indruk van Siciliaanse toestanden of gelegaliseerde diefstal. Voor die 14 miljard euro kan de privé twee kerncentrales bouwen met een veelvoud van de capaciteit van onze off-shorewindmolens, en zonder certificaten!”

Extraatjes van overal

Als toemaatje hebben de producenten van windenergie nog bedongen dat de groene stroom betaald wordt op de nettoproductie vòòr tranformatie bovenaan in de windmolen en niet wanneer ze aan land komt in de elektriciteitscentrales. Door de grote afstand naar de windmolens van 30 tot 66 km is er een vermogensverlies van 4 tot 5 procent op de voedingskabel. Dat verlies wordt ook gedekt met groenestroomcertificaten, en doorgerekend aan de consument, voor stroom die in zee verdwijnt.

Jean-Marie Dedecker: “De subsidiedrift van de regering kent geen grenzen: voor de voedingskabel van de Thorntonbank die 27 km diep in de Noordzee ligt, heeft de federale overheid via netwerkbeheerder Elia 25 miljoen euro opgehoest, voor amper 6 windmolens. Elia moet ook het hoogspanningsnet van 380kv (kilovolt) doortrekken van Eeklo tot Zeebrugge, omdat het huidig netwerk van 150 Kv dat uit Brugge en Bredene vertrekt schromelijk tekort om de capaciteit van de zeven geplande windmolenparken op te vangen. Weer een kost van 800 miljoen tot 1 miljard euro voor werken die 12 jaar in beslag nemen. Het geld van de belastingbetaler is het fundament van de energieluchtkastelen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen