Archief

maandag 19 oktober 2020

Ik krijg stilaan een indigestie van rabiate klaaggenootschappen

 Naar aanleiding van de dood van Sanda Dia van Reuzegom vindt The New York Times (NYT) dat Vlaanderen een land is van toenemend racisme en xenofobie (sic). " A black Belgian student saw a white fraternity as his ticket. It was his death."

De NYT is een zelfverklaarde kwaliteitskrant die zo woke en zo politiek-correct is dat het zelfs geen dagelijkse politieke cartoon meer durft te publiceren. J'Etais Charlie. Journalist Matt Apuzzo heeft - naar eigen zeggen - zijn donkerbruine mosterd gehaald uit onze eigen "kwaliteitskranten" om zijn stelling kracht bij te zetten.

Het kan niet ontkend worden dat veel van onze editorialisten chronische last hebben van identiteitsschaamte.'Wie nog wil ontkennen dat racistische stereotypen diep in het Vlaamse DNA zijn ingebakken, is ziende blind en heeft een uitzonderlijk talent voor geheugenverlies', vindt de ene, en elders kunnen anderen het niet laten om op elke rechts afdraaiende slak telkens een ton zout te leggen. Dogmatisch geconstipeerde inktkoelies die vinden dat een goudvis te blank is en de Kleine Zeemeermin een racistische vis. Met therapeutische hardnekkigheid willen ze constant bewijzen dat Vlaanderen een boerengat is waar racisme en neonazisme minstens gedoogd worden.

Als er in een autokaravaan van 5.000 hoestbuien op vier wielen één onnozelaar is met achterop een klever van een fascistische adelaar, wordt er over bericht alsof de vierde kolonne Tauchpantzer van de SS naar een VB-betoging op de Heizel onderweg is. Overstretching van de berichtgeving over dergelijke futiliteiten - ook al zijn ze verwerpelijk - zijn schadelijker voor het imago van ons land dan de feiten zelf. Wie die vooroordelen nadreunt, geeft op zijn beurt nog eens de vrije loop aan de racistische diarree. Ook het omgekeerde gebeurt. De zwarte Leuvense activiste Nozizwe Dube zei in De Standaard over bovenstaand NYT-artikel: 'Gedurende decennia al getuigen zwarte en bruine mensen in België van de ravage die structureel racistische discriminatie in Vlaanderen en België aanricht.'

Deze zomer kreeg de 23-jarige activiste en journaliste Sabrine Ingabire meer dan zeven pagina's in Zeno om haar racistischt prietpraat kritiekloos aan de (witte) man te brengen. Volgens haar zitten onze grootste witte kranten vol met onwetende witte mensen die de macht hebben zichzelf belangrijke opdrachten toe te eigenen die aan conscious zwarte mensen toebehoren.

Op vijfjarige leeftijd vluchtte zij uit haar geboorteland Rwanda naar ons land. Zwarte Hutu's en Tutsi's moordden toentertijd elkaar uit in een wrede racistische stammenoorlog, een machete-genocide met één miljoen doden tot gevolg. Sabrine vindt echter dat alle witte mensen racistisch zijn. Ze date niet met witte mannen, weigert interviews aan oude witte mannen, vindt dat de maatschappij gebouwd is op witheid, en voelt zich niet op haar gemak in een Koksijds sterrenrestaurant omdat ze niet weet of de andere gasten al of niet gedekoloniseerd zijn. Kortom, alle witte mensen zijn volgens het zwarte inktkoelietje racistisch.

Als aanhanger van de absolute vrije meningsuiting kan het me absoluut niets schelen met wie ze onder de lakens duikt, en het interesseert me ook niet, en evenmin ben ik benieuwd naar hoe haar ideale gesegregeerde maatschappij eruit ziet. Ik ben alleen verwonderd dat het oorverdovend stil blijft bij onze gedachtepolitie Unia terwijl Black Lives Matter (BLM) hier en daar lijkt uit te groeien tot een griezelige massahysterie vol giftige identity politics. Vervang elk woord "wit" door "zwart" in het discours van Ingabire, en laat ze uitspreken door een blanke dwaas: het gejank van politiek-correcte opiniemakers zou oorverdovend zijn en het schavot zou door de antiracistische inquisitie onmiddellijk opgetimmerd worden.

Er is echter minder racisme in ons ganse vlakke Vlaanderenland dan in een het kleinste gehucht van de Bronx of in een prairiedorp van Virginia. Onze huidige multiculturele samenleving wordt steeds vaker vergeleken en beoordeeld met de maatstaven van de uit de Verenigde Staten aangewaaide Identity Politics over het slachtofferschap van de "zwarte", en het daderschap van de "blanke". Veel van die donkere influencers die in de slachtofferpraatclubs op de preekstoel gaan staan zijn stuk voor stuk multimiljonairs die hun status en fortuin te danken hebben aan de verworvenheden van de westerse beschaving. Van Romelu Lukaku tot Lewis Hamilton. De F1-autocoureur knielt bij aanvang van elke race voor BLM, en de voetballer bij een interland van de Rode Duivels. Ze bidden beiden tot de westerse mammon. Hamilton draagt een gouden halsketting met hangslot om te tonen dat zijn voorouders slaven waren, maar hij kruipt achter het stuur van een Mercedes, de autofabriek die mee Hitlers oorlogsmachine produceerde en duizenden joodse slaven inzette om ze draaiende te houden. Hij maakt publiciteit voor Hugo Boss, een bedrijf dat ooit uniformen voor de SS leverde...

Het eeuwige discriminatiegevoel van die klaaggemeenschappen klinkt meer en meer pathetisch en zwengelt eerder racisme en discriminatie aan dan dat ze het bestrijdt. Het creëert een nieuw racisme waarbij mensen beoordeeld worden op hun huidskleur, en niet op hun ideeën en hun gedrag. De schuld ligt volgens hen altijd bij de witte man die maar niet wil beseffen dat zijn pigment een privilege is. Racisme als religie met de erfzonde van wit geboren te zijn, met beeldenstormen, voetwassingen en knielrituelen.

Deze zelfhaat is niet nieuw. In de jaren 60 toeterde de feministe Susan Sontag dat het blanke ras de kanker van de geschiedenis was, en in de jaren 80 protesteerdern studenten aan de Amerikaanse Stanford Universiteit tegen de lessenreeks 'Westerse Beschaving'. Toch was het decennialang onomstreden belangrijk om discriminatie en onderscheid op basis van ras verderfelijk te vinden. Nu is het blijkbaar bon ton om dit onderscheid te benadrukken en te discrimineren, al heet dat nu "positieve discriminatie". Racisme, gebaseerd op vermeend slachtofferschap, maakt zo een opmerkelijke comeback in onze multiculturele samenleving, en het einde is nog niet in zicht. 'De geschiedenis zit vol met verhalen over minderheidsgroepen die de rollen omdraaien, de macht grijpen en racistische misdrijven en zelfs genociden tegen meerderheidsgroepen plegen', schreef Dyab Abou Jahjah ook deze zomer nog in een opiniestuk over 'white privilege'.

Immigratie, integratie, godsdienst en identiteit zijn al decennialang splijtende politieke en maatschappelijke thema's. Al wie naar hier komt geniet meer rechten en voordelen dan in zijn land van herkomst. De overheid weigert echter om strepen te trekken tegenover veeleisende minderheden, en om lang bestaande rechten, vrijheden en tradities van de zwijgende meerderheid te verdedigen. Toch is er hoop: 'Als er één groep is die meer openstaat voor pakweg vriendschappen, adopties en huwelijken met zwarte mensen, dan is het wel die van de Blanke Europeanen. Mohammed uit Senegal moet maar eens de hand vragen van Fatima uit Turkije. Dat zal niet pakken', twitterde Abou Jahjah deze zome nog 28 juli. Zien we hier voortschrijdend inzicht?

Ik krijg stilaan een indigestie van rabiate klaaggenootschappen. Je kan tegen racisme en discriminatie zijn, maar geen supporter van Black Lives Matter. Je kan een dierenvriend zijn en het Animal Liberation Front verafschuwen. Je kan milieubewust zijn en Extinction Rebellion ecologische gekken vinden. En ik zal zeker nooit knielen voor één van hen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten