Archief

maandag 11 januari 2021

Vurige oudejaarsnacht in Brussel? De overheid blijft steken in een chronische kramp

Op Nieuwjaarsnacht werd het traditionele vuurwerk vervangen door een lasershow.

Er zijn nog zekerheden met oudejaarsavond: er wordt vuurwerk afgestoken. Al was het dit jaar verboden in gans het land, in de Stadstaat Brussel houdt men zich aan tradities. Voor wat niet verticaal in de lucht mag ontploffen, zoekt men dan maar een horizontale schietstand. Er werden een twintigtal wagens met vuurpijlen in de fik gestoken, straatmeubilair werd gebrandschat en hulpdiensten werden aangevallen, van politieagenten tot brandweerlui en ambulanciers. Voor het jaarlijks festijn van dode zielen moest de politie 528 keer uitrukken. Vorig jaar werden de Sylvesterrellen door de vergoelijkingslobby nog toegeschreven aan alcoholmisbruik.

Dit excuus is dit jaar vervallen door de lockdown, en nu wordt deze straatterreur door onze beleidsmakers eufemistisch standaardincidenten genoemd. Het platvloers vluchtgedrag, de normvervaging en het defaitisme van onze wegkijkers blijft tergend voortetteren, omgekeerd evenredig met hun dadendrang. Vaste riedels over zerotolerance en over adequate strafmaatregelen worden door allerhande ministers eerst met luide trom in de media aangekondigd, maar verdrinken dan even vlug in het bad van de goede bedoelingen en de loze woorden.

De Brusselse regenten en politieke lichtgewichten minimaliseren telkens de criminele daden uit angst om massa's kiezers van Maghrebijnse afkomst voor het hoofd te stoten en offert haar wetsdienaars schaamteloos op. Op naar het volgende incident van het straatgeboefte. Onze hoofdstad is geen multiculturele maatschappij maar een lappendeken. Geen smeltkroes, maar ieder volk, elke religie en elke etnie trekt zich terug op haar eigen eiland met haar eigen afkeer van de samenleving en haar eigen (sub)cultuur. Politiek links roept op tot verdraagzaamheid, openheid en tolerantie, maar verdedigt een groep mensen die een hekel heeft aan alle drie.

In zijn essay " Noodkreten uit de hoofdstad, analyse van een Brusselse straatflik" fileert een doorgewinterde politieagent de werking, of liever het falen van de ordehandhaving in de hoofdstad. Zijn ontnuchterend werkje zal nooit gepubliceerd worden, maar ik zorg ervoor dat het goed terecht komt.

Veel agenten in de hoofdstad voelen zich in de steek gelaten. Als je zelfs na 16 jaar straatwerk durft te beweren dat 90% van de draaideurcriminelen jongeren zijn van Afrikaanse en hoofdzakelijk Marokkaanse afkomst, dan loop je blindelings onder het politiek-correct censuurschavot van de gedachtepolitie. Je wordt dan al vlug beschuldigd van xenofobie, racisme en islamofobie, en door je oversten als nestbevuiler en oproerkraaier aan de kant gezet.

Het probleem ligt in eerste instantie bij het vervolgingsbeleid van het Brussels Parket. 'Er is geen probleem van "gevoel" van straffeloosheid, maar van gigantische straffeloosheid', schrijft de Brusselse koddebeier. Het zijn de puinhopen van een decennialang gerechtelijk wanbeleid dat de oorzaak van de criminaliteit bij de maatschappij legt, en niet bij de dader.

Dyab Abou Jahjah had het eind vorig jaar al begrepen: 'Deze jongeren protesteren niet tegen onrecht, ze verzetten zich niet tegen onderdrukking. Ze zijn leeg, hun identiteit is nieuwe schoenen, hemden en gadgets. Chaos en vernietiging compenseren hun allesomvattende zwakte. En ze gedijen in straffeloosheid', schreef hij op Twitter na rellen in de Marollen met Brusselse hangjongeren.

Terwijl Dyab tot voortschrijdend inzicht komt, blijft de overheid steken in een chronische kramp. De Nederlandstaligen bij het Parket hebben nog een duidelijk zicht op de situatie en zien in de politie een partner in de strijd tegen de criminaliteit, met feedback, samenwerking en opvolging. Bij de Franstaligen van het Parket daarentegen is justitie stekeblind. Snelrecht betekent er voor het tuig snel terug op vrije voeten zijn, en straffeloosheid is er de norm. Het gros van de Franstalige substituten is benoemd door de PS die met haar pamperbeleid van 'islamo-socialisme' eerder sociale putten gegraven heeft dan gedempt.

Alle bendes in de hoofdstad zijn al sedert 1999 in kaart gebracht. Alle oproerkraaiers en jeugdige criminelen zijn bekend bij justitie en politie. Het onvermogen om grote groepen islamitische jongeren op te voeden tot gedisciplineerde lieden stigmatiseert hun hele gemeenschap. Pubers bouwen vanaf hun twaalfde jaar een strafblad op van vandalisme, diefstal, drugshandel, catcalling, sack- en carjacking en dito macho bezigheden om te eindigen in de zware criminaliteit. Er is blauw genoeg op straat.

Met 2.200 zielen is het politiekorps van Brussel Hoofdstad genoeg bemand om de geweldorgieën het hoofd te bieden, alleen voelt een gewone flik zich niet zelden aan zijn lot overgelaten door zijn oversten, door gebrek aan vervolging, en door de ontoereikende straffen die volgen op een sporadische veroordeling, zelfs van kopschoppers. Hun zeldzame opsluitingen dragen ze als eretekens. Er is ook geen capaciteit in de gesloten jeugdinstellingen en de open inrichtingen zijn waardeloos.

Zelf wordt de politie met het vergrootglas bekeken. Organisaties zoals Comité P en de algemene Inspectie onderzoeken nauwgezet elke beweging die wordt gemaakt tijdens een interventie. Beslissingen die worden genomen in een mum van tijd en onder hoge druk, worden geanalyseerd door lui die nooit een voet op het terrein hebben gezet. Wie moe getergd en bespuwd in volle coronatijden na de zoveelste interventie één slag te veel geeft, en de pech heeft dat dit door een onverlaat is gefilmd, riskeert zijn job te verliezen.

Onze straatcriminelen krijgen nu hulp uit onverwachte hoek. Het Collectif contre l'Islamophobie en Belgique (CCIB) krijgt 20.000 euro subsidie van de regering-De Croo voor het project #FlupCops dat mensen bijstaat wanneer ze een klacht bij de politie willen indienen. Haar zusterorganisatie CCIF met hetzelfde logo, werd door de Franse minister van Binnenlandse Zaken Gérald Darmanin tot vijand van de Republiek uitgeroepen omdat ze bijdroeg aan de fatwa die tot de onthoofding van de Franse leraar Samuel Patty leidde op 16 oktober van vorig jaar. De CCIF nam de vlucht vooruit en hief zichzelf op, met de vermelding dat ze haar activiteiten in het buitenland zou voortzetten.

In België dus, met financiële steun van onze bleekwaterpolitici? Het nieuwe normaal van de Paarsgroene coalitie kent geen grenzen. Geen wonder, drie van de vier bestuurders van het CCIB stonden al op de verkiezingslijsten van Ecolo zoals het Brussels Parlementslid Farida Tahar. Van hun collega Els Rochette van One.Brussels-Sp.a krijgen ze ook de volle steun. Ze diende zelfs een resolutie in dat politieagenten steeds beleefd taalgebruik moeten hanteren. Met twee woorden spreken is volgens haar een adequaat middel om kopschoppers te kalmeren.

Het is hoog tijd dat onze kersverse CD&V- minister van Binnenlandse Zaken Annelies Verlinden haar spierballen laat rollen ter bescherming van de blauwe korpsballen. Ze moet zelfs geen rekenschap afleggen aan haar kiezers zoals de Brusselse politieke vergoelijkingslobby, want ze heeft er geen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten