Archief

maandag 22 oktober 2012

Lance Armstrong : Panic in Needlepark



Het is bijna cynisch hoe banken die zichzelf dopeerden met bonussen, rommelkredieten en allerhande casinobeleggingen, na zeventien jaar gedoogbeleid uit ethische gewetensnood uit de wielersport stappen. Gifmengers en bankrovers : de pot verwijt de ketel dat ze zwart ziet. Het is bijna aandoenlijk hoe embedded journalisten hun status van hoorndragers van de Armstrongcultuur trachten te vergoelijken met het afgezaagde adagio “wir haben es nicht gewusst” en het alibi “nu is alles beter”. Statistisch gezien, schreef Koen Meulenaere ooit, is in de ronde van Frankrijk, één op de tien renners clean, meestal de tiende in de uitslag. Als je alle op doping betrapte renners moet schrappen uit de resultaten van de wielerwedstrijden van de vorige decennia heb je een master in logaritmische wiskunde nodig.

Doping behoort bij het wielrennen als een kalkoen bij Kerstmis. Na een biefstukje Clenbuterol komt er weldra iemand aanzetten met een vlucht gedrogeerde postduiven of een soepkip. Elke soepkip is immers een stevige antibioticakuur. Straks kun je tegen je dokter niet meer zeggen dat je je kiplekker voelt. Voor een gewiekste pedaalridder een ideaal alibi voor dopinggebruik. Wie nu in het wielrennen zit, stopt alleen met doping uit schrik om betrapt te worden, niet omdat ze het fout vinden om de boel te belazeren. Pentiti worden onmiddellijk op de keien gezet omdat ze een gevaar zijn voor de omerta, van Dimitri Defauw tot Levi Leipheimer. Ze worden gedegradeerd tot een hondenbrok door de lynchethiek van het wielermilieu. Dat het precies de Amerikaanse renners zijn die bekentenissen afgelegd hebben, waar UCI en WADA faalden, heeft alleen te maken met het feit dat er in de States jarenlange effectieve gevangenisstraffen staan op meineed. De anderen houden de billen dicht en de lippen stijf op mekaar. De methodes worden immers steeds gesofistikeerder en de producten moeilijker opspoorbaar. Het groeihormoon blijft doorgroeien. De SARM’S (Selective Adrogen Receptor Modulator) en de peptide-hormonen blijven nog onopspoorbaar. Epo-opvolgers zoals Aicar, Cera en paardenmiddelen als TB-500 vullen intraveneus de aderen. Gen-doping is nog Frankenstein in kinderschoenen.

Wielerjournalisten zijn eerder supporters dan verslaggevers. De grootste zedenpredikers zijn vaak de ergste mythologen. Ze draaien mee in het lucratieve schnabbelcircuit dat rond een succesvolle sport gedijt, en onthouden zich van elke vorm van kritiek om de vedette niet voor het hoofd te stoten en een interview met hem te missen.  Heeft er bijvoorbeeld al een inktkoelie gevraagd aan één van onze toprenners, die jarenlang met de bus van Bruyneel en Armstrong van en naar de koers reden, of ze iets “verdachts” hadden opgemerkt? Volgens Floyd Landis en Tyler Hamilton hingen ze in het busje al aan het infuus. Of werd er misschien gediscrimineerd met de zitplaatsen? Zaten die van ons op het dak? … Busje komt zo.

“Sport is een spirituele macht geworden” zegt de filosoof Robert Redeker. “Sport zoals wij die tegenwoordig kennen, propageert niet alleen de wet van de sterkste, een prestatiecultus en de afkeer van zwakkeren, maar tevens de merkencultus en ongebreideld consumentisme”. Wielrennen is in Vlaanderen volksgeloof nummer één. Een religie, met als hostie een  pak friet en een frisse pint als miswijn. Renners worden godenkinderen en bedienaars van  hun eigen eredienst. Koers is in ons land boven goed en kwaad verheven. De liefde voor het veloke zit zo diep dat we elk excuus aangrijpen om de illusie van onschuld van de renners in stand te  houden, tegen beter weten in.
Zolang de profploegen geleid worden door mensen die zelf boter op hun hoofd hebben zal er niet veel veranderen. Zolang wielrenners meer praten over hun dokters dan over hun trainers wordt de medicale subcultuur in stand gehouden. De Italiaanse en Spaanse gifmengers blijven voor of achter de schermen even actief. Na Francesco Conconi, Michele Ferrari, Luigi Cecchini en Carlos Santuccione kwamen Eufimiano Fuentes, Pedro Celaya, Luis Garcia del Moral, José Pepe Marti, Jesus Losa, de Colombiaan Alberto Beltran en nog een resem minder exotische namen. Of neem dokter José Ibarguren Taus. De Bask wordt er van verdacht samen met 32 anderen dopingproducten afgenomen te hebben bij apotheker Negrelli in de Mantova-zaak. Eén van de vele hangende rechtszaken naast Operacion Puerto, de Padova-zaak met Ferrari en de bloedbank van Wenen. Ibarguren was al ploegarts bij Lotto toen Abdoujaparov in 1997 tegen de dopinglamp liep met het snoepje Clenbuterol. Vervolgens was hij in dienst bij de bloedploeg van Festina en dan bij Lampre met dopingzondaar Rumsas. Hij zat bij Saunier-Duval toen het collectief uit de toer werd gezet met Mayo, Rico en Piepoli als gifspuiters. Bij Euskatel toen Aitor Gonzales positief testte en bij Fuji Servetto toen Serrano ontslagen werd. In 2009 kwam hij terug in dienst van de Lotto-ploeg, een staatsbedrijf waar Philippe Gilbert de pannen van het dak reed. In 2011 stapte Ibarguren samen met Omega Pharma over naar de ploeg van Tom Boonen, Quick Step. Ik insinueer niets. Ik constateer alleen maar de feiten want voor je het weet heb je een proces aan je broek, het wapen van de afschrikking, waar Lance Armstrong ook zo gretig gebruik van maakte.

Wat de renners betreft wil ik nadenken over amnestie, maar geen amnestie zonder waarheidscommissie naar Zuid-Afrikaans model en met gevangenisstraf voor meineed. Eerst biechten, dan berouw en dan pas absolutie. Eer is de buitenkant en geweten de binnenkant van integriteit.

Jean Marie Dedecker
Volksvertegenwoordiger

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen