dinsdag 14 augustus 2012

Het Belgisch pampermodel



Zestigste op de Olympische ranking, na sportgrootmachten  als Litouwen, Letland en Denemarken. Onze grootste delegatie ooit werd gedegradeerd tot de status van dwerg in de Olympische arena. De enige balans die positief doorweegt is deze van het Belgian (Beer) House. Een verzamelplaats voor natiebrede blijheid en verbondenheid, opgeklopt door misleidende peptalk voor hooggespannen verwachtingen die niet werden ingelost.

Een flop is leerzamer dan routineus succes. Het kan je behoeden voor eigenwaan op voorwaarde dat je er de nodige lessen uit leert. Alleen weigert men dit te doen. Een afrekeningcultuur bijvoorbeeld is inherent aan de topsport. Wie faalt wordt de rekening gepresenteerd. Coaches en trainers worden doorgestuurd en atleten gedegradeerd tot de reservestatus. Niet zo in ons pamperland. Moest er een Olympische discipline “zittenblijven” bestaat dan stond de BOIC-staff op het podium. Dezelfde bobob’s zitten al dertig jaar vastgeroest in hun functie. Ze zijn meer bekommerd om het communautair selectie-evenwicht dan om het sportief resultaat. De voorzitter wordt steevast beloond met een adellijke titel. We leveren de paus van de wereldsport, maar de priesters van onze sportkerk zijn uitgebluste onderpastoors.

Aan geld geen gebrek, aan versnippering des te meer. De subsidiemachine voor sport is een onoverzichtelijk kluwen, gestuurd door het BLOSO en het BOIC maar ook door de onzichtbare hand van toppolitici die het manna van de Lotto rondstrooien voor hun eigen favoriete sportclub. We hebben meer sportministers dan medailles. Het sportmandaat is hoogstens een bijsluiter aan hun ministeriële portefeuille, met als hoogste voldoening een dagje meezeulen in de volgwagen van de Ronde van Vlaanderen of een ticketje voor de openingsceremonie op de Spelen. Noblesse Oblige.
Dezelfde lethargie bij de begeleiding. Onze hockeymeisjes werden van het veld gespeeld, voorlaatste, Londen als Club Mediterranneé. Bondscoach Pascal Kina liet zijn beste speelster, Sofie Gierts,  uit rancune thuis. Sportieve klaploper met de pretentie van een moraalridder. In Nederland wordt je dan met pek en veren over de plas gezet. Hier krijg je nog geen kritische vraag van een sportjournalist onder je neus. Er is al een journalistiek hoera-sfeertje voor een Olympisch diploma. Als er geen brood op de plank is wordt er gejuicht om de kruimels. Wie innig getroost wordt bij verlies wordt geconditioneerd op verliezen. Je wint geen zilver, je verliest goud.

Nochtans is het goed in eigen hart te kijken. Het ligt niet aan onze sportinfrastructuur. We hebben meer zwembaden per capita dan Nederland, een indoor atletiekpiste en op onze wielerbanen zitten er meer konijnen dan pistiers. We beschikken al een paar decennialang over topsportscholen, meer bezigheidstherapie voor schoolmoeë atleten dan kweekscholen voor elitesporters. Kostprijs : twee miljoen euro per jaar. Elite is een beladen woord in een schoolsysteem waar de nivellering omlaag tot norm verheven wordt. Topsport is per definitie elitair. Het is meer dan de zweetgeur onder de oksels van een Lacoste-polootje. Het is lijden  als levenshouding. Op de loonlijst van het Bloso staan tientallen atleten met een ambtenarenstatuut en dito mentaliteit. Veel wielrenners bijvoorbeeld met evenveel lucht in hun tubes als op hun palmares. Ze worden betaald per diploma om te trainen, niet per prestatie.

Sporttalent wordt evenredig geboren over onze planeet.  Het spurtgen komt even veel voor in Europa als in Jamaica. De s portcultuur bepaalt de ontwikkeling ervan. Voor de 30-jarige tienkamper Hans Van Alphen, onze revelatie in Londen, staat een 20-jarige Thomas Van Der Plaetsen klaar. De eerste paste een paar jaar terug niet in de “ontwikkelinglijnen” van de atletiekfederatie en onze Europees Kampioen bij de beloftes moet het doen met een tweedehandse polsstok. Daar precies wringen het schoentje en de spike.

Wie het maakt in de sport doet het ondanks en niet dankzij ons systeem. Oases in een sportwoestijn. De NV Borlé is een efficiënte sportmachine die navolging verdient maar die stootte op de grenzen van de natuurwetten. Survival of the fittest.

De oplossingen liggen nochtans voor de hand, professionalisering en responsabilisering van de topsportfederaties. Depolitisering en centralisatie van de financiële middelen. Verloning per prestatie en een afrekeningcultuur voor begeleiders, trainers, coaches en sportbobo’s. Eén elitaire topsportschool. Minder zelfgenoegzaamheid en meer durf en ambitie. If you can’t stand the heat, stay out of the kitchen.

Als we de lat van onze ambities terug op limbohoogte zullen leggen om onze faalangst in te dekken mogen we in Rio nog aan één discipline deelnemen : vijftig meter platliggen op Copacabana … zonder karabijn.

Jean Marie Dedecker

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen